‘We zijn geen hulpverleners’

Download PDF

Politieman en pleegvader Martin Sitalsing gaf eerst leiding aan het Twentse politiekorps, nu aan Bureau Jeugdzorg Groningen. Cultuurschok? “Medewerkers houden elkaar gevangen in de angst onzorgvuldig te handelen Bij de politie kun je niet eindeloos overleggen voor je een wapen trekt.”

Door Merel van Dorp

 

Er was veel bombarie rond je vertrek als korpschef in Twente. Hoe ervoer je dat?

“Leuk dat er aandacht voor was. Tegelijkertijd lag de focus op dat ik niet tot een van de tien korpschefs van de nieuwe nationale politie werd benoemd en daarover teleurgesteld zou zijn. Dat was niet zo: ik ging weg, want ik wilde niet wachten op een andere functie ergens bij de Nationale Politie. Bij mijn aantreden was er ook al veel media-aandacht, omdat ik de eerste allochtone korpschef werd. Als Bureau Jeugdzorgbestuurder ben ik trouwens ook de enige van de veertien met een andere afkomst, maar dat was niet zo’n issue. Misschien doordat de politie de focus heeft op diversiteit. In de jeugdzorg is er nog geen beleid op.”

Is diversiteitsbeleid nodig?

“Zeker. Ik wil dat er een landelijk diversiteitsbeleid voor jeugdzorg komt, vanwege thema’s als eerwraak, loverboys en criminele, Antilliaanse jongeren. In niet-Nederlandse gezinnen kun je als hulpverlener met een andere afkomst beter inschatten wat er speelt. Zoals eerder een geïnterviewde (Ibrahim Yerden, <i>red.</i>) in <i>JeugdenCo>/i> als voorbeeld gaf: ‘Hoezo, één gezin, één plan? Bij Turkse gezinnen gaat het om de hele familie.’”

Wat viel jou op, als nieuwkomer in de jeugdzorg?

“In de jeugdzorg worden zaken uitgebreid geanalyseerd en meermaals tegen het licht gehouden. De politie is meer handelingsgericht. Je kunt ook niet eindeloos overleggen of je je wapen trekt of niet. Dat uitgebreid analyseren is terug te voeren op de Savanna-zaak. Maar mensen houden elkaar gevangen in de angst onzorgvuldig te handelen. Daarnaast heeft elke gedragswetenschapper een eigen professionele mening en binnen de jeugdzorgsectoren onderling zitten mensen ook niet op één lijn. Dus zie je handelingsverlegenheid bij de uitvoerenden, maar net zo goed bij bestuurders. Als je wilt kun je drie jaar praten voordat er een besluit valt.”

Zijn mensen in de jeugdzorg minder gezagsgetrouw dan bij de politie?

“Het is meer een leiderschapsprobleem. In de jeugdzorg is lang de beste vakbroeder boven komen drijven als leidinggevende. Bij de politie is er een speciale opleiding voor. De doorloopsnelheid is ook veel te hoog bij jeugdzorgbestuurders. Mij wordt ook steeds gevraagd wanneer ik vertrek, kennelijk omdat ik veel ambitie uitstraal.”

En?

“Ik wil BJZ Groningen graag door de transitie loodsen en positioneren en verwacht niet dat dit in 2016 is afgerond. Bureaus Jeugdzorg moeten beter aansluiten op het voorveld en niet naar achteren blijven kijken, naar de zwaardere hulp. Ik wil duidelijk maken dat wij goed zijn in regie nemen, analyseren, rechtsgelijkheid borgen. Met drang en dwang plegen wij een behoorlijke inbreuk op het leven van mensen, en dat kunnen wij heel goed en zorgvuldig. Daar zijn we onvoldoende trots op.”

Nogal logisch, met het stigma als ‘de uithuisplaatsers’.

“De reactie van medewerkers is zeggen dat het meevalt. Het valt niet mee. Ja, wij grijpen in. Maar we leggen te weinig uit waarom. Zo’n stigma is ook iets wat je jezelf aandoet.”

De doelgroep praat er anders wel zo over.

“Terecht. Ik ken geen crimineel die goede woorden overheeft voor de politie. Bureaus Jeugdzorg zijn er niet om per se vriendjes met de doelgroep te worden. Wij zijn geen hulpverleners. Dat moet ik vaak uitleggen, ook intern. Als je je bij Bureau Jeugdzorg hulpverlener voelt, kun je alleen maar halfslachtig handelen of blijf je besluiteloos. We zoeken de verkeerde gedragswetenschappers: we hebben geen mensen nodig die willen helpen, maar die in processen en trajecten kunnen denken. Je bent geen behandelaar, maar adviseur.

We zijn er goed in om het echte verhaal naar boven te krijgen en onvoorwaardelijk voor kinderen te staan. Een voorbeeld. Een meisje steekt haar vader met een mes. ‘Gesloten zetten’, wordt onmiddellijk geroepen. Aan onze gedragswetenschapper vertelt ze misbruikt te zijn door een vriend van haar vader. Toen ze dat haar vader vertelde, kreeg ze geen gehoor en sloegen de stoppen door. Gesloten jeugdzorg nodig? Nee dus. Wij kijken naar de context, met de focus op veiligheid. We gaan door roeien en ruiten voor die kinderen. Dat is een sterke competentie, die wil ik behouden.”

Wat is de toekomst voor Bureaus Jeugdzorg?

“Die naam houdt misschien wel op met bestaan, het CJG wordt het voorportaal. Bij zwaardere hulp wordt onze expertise ingeschakeld, als onderdeel van het CJG. We moeten ons zo organiseren dat we lokaal kunnen opereren, binnen de gerechtelijke kaart. Nu al werk ik nauw samen met BJZ Friesland en Drenthe om eenduidigheid te scheppen binnen de gerechtelijke kaart. Idealiter krijgen we landelijk een organisatie die zaken regelt op gebied van ict en juridisch beleid, met ruimte voor lokaal handelen.”

Welke ervaringen heb je privé met jeugdzorg, door je pleegzoon?

“Best positief. Alleen zag – en zie – ik veel snijverlies. Zoals dat de gezinsvoogd en de Raad voor de Kinderbescherming allebei een analyse maken, met veel dubbelingen. Liever pleit ik voor getrapt indiceren, sterk vereenvoudigd. Stap maar vast in zo’n gezin, begin maar met hulp. Niet in de zin van checklists en formulieren invullen, maar echt door hulp te bieden en gaandeweg de analyse op te bouwen. Er mag wat meer urgentiegevoel komen. In onveilige situaties mag een kind niet maximaal vijf dagen hoeven wachten op hulp. Nog geen enkele dag, wat mij betreft. Meer verbinding tussen organisaties is ook nodig. Daarom werkt ons hoofd bedrijfsvoering voor de helft hier, voor de andere helft in Drenthe. Er is ook nog te veel ruimte voor bestuurders om het zelf anders te regelen. Meer uniformiteit is nodig.”

 Waar loop jij als bestuurder tegenaan?

“Er is structureel geldgebrek. Heel anders dan bij de politie. Dat komt door de focus van de samenleving op repressie. We zijn alleen bereid geld vrij te maken voor crises, voor als het misgaat, niet voor preventie daarvan. Voorkomen van problemen is geen nieuws voor journalisten en politici. Die focus op problemen is de ziekte van deze samenleving.”

Welke ontwikkeling zou je graag zien?

“Wij moeten meer eigenaar worden van de informatie waar we boven op zitten. Je zou een teamleider ’s nachts moeten kunnen wekken en laten oplepelen wat de drie zwaarste cases zijn op dit moment, welke trends hij signaleert als hij naar het laatste half jaar kijkt. En daarover moet hij het bestuur informeren. We gaan te veel uit van aannamen. In de zomer stijgt het aantal AMK-meldingen. ‘Da’s elk jaar, vanwege de vakantie’, wordt er geroepen. Bleek het nu door de ziekenhuizen te komen, die een training signalering kindermishandeling hebben gehad.

Je zou een overstijgend onderzoeksbureau moeten koppelen aan de jeugdzorg. Nu pakken verschillende partijen als het NJi en hogescholen dat op, maar waarom starten we geen aan een universiteit gelieerde jeugdzorgacademie, à la Clingendael? Er wordt nog te symptomatisch onderzoek gedaan. En hier wordt de ene methodiek geheiligd, terwijl een andere organisatie bij een andere zweert. Waarom zou SoS beter in Limburg werken dan in Groningen? Je moet al onze mensen door dezelfde wasstraat halen – als je weet dat het werkt. En daar moet je als branche onderzoek naar laten doen.”