Surrogaatmoeders

Viva artikel Surrogaatmoeders afbeelding

Download PDF

Onhandelbaar, onaangepast, druk. Kinderen die onder jeugdzorg vallen, toepen niet direct rooskleurige plaatjes op. Deze vrouwen weten beter. “Met een beetje liefde en aandacht bloeit zo’n kind helemaal op.’

‘Het nieuwe pleeggezin belde: kom haar halen, we kunnen het niet aan’

Wie: Mariska de Leeuw (26) uit Rijswijk
Relatie: single
Pleegkind: Naomi (7)
Pleegmoeder sinds: 2009
Pleegzorgvorm: eerst crisisopvang, daarna weekend- en vakantiepleegzorg
Werk: directeur en eigenaar balletschool Ypenburg en Presance Stage Costumes

 ‘Zodra mijn nieuwe balletschool afgebouwd was, zou ik het enorm druk krijgen met veel meer leerlingen en werknemers. Dus had ik mezelf in 2009 een half jaar vrij gepland van lesgeven voor de organisatie van de nieuwe school. En dacht: nu heb ik tijd voor een pleegkind. Want na een aantal reizen door ontwikkelingslanden, wilde ik graag kinderen in moeilijke situaties helpen – en dat hoeft niet per se ver weg.

Mijn toenmalige vriend en ik werden al snel gebeld. Konden wij een meisje voltijds opvangen? Ze kwam uit een instelling en had gedrag- en hechtingsstoornissen. Eerlijk gezegd verwachtte ik na informatie over haar een soort monster.

Toen ging de deurbel. Voor me stond een meisje met een enorme bos blonde krullen, dat eigenwijs haar handje uitstak. Een enorme klessebes. Net als ik. Het klikte meteen.

Ze was erg aanhankelijk, zo erg dat ze bij wijze van spreken de slager een kus gaf. Ze moest echt leren wat hoort. We hadden ook conflicten: waren we gezellig bij de kinderboerderij, timmerde ze zowat een kind in elkaar. Als haar jas niet dicht ging of iets anders niet lukte, werd ze zo boos dat ze zich letterlijk de haren uittrok. Een keer moesten we haar vasthouden om te voorkomen dat ze zichzelf beschadigde. Ik begon veel te lezen over omgaan met gedrag- en hechtingsproblemen en positief opvoeden.

Langzaam ging het steeds beter. Naomi is enorm gegroeid, heerlijk om te zien. Zij bracht ook rust. Ik bleef meer thuis en opeens zaten we elke avond aan tafel te eten. Ze wilde mij mama noemen, maar ik vind: daarvan heb je er maar een. We bedachten samen dat ‘tante’ beter past.

Toen de crisisopvangtermijn na vijf maanden afliep, vroeg jeugdzorg of ze permanent bij ons mocht blijven. Maar de balletschool opende net, met dertienhonderd leerlingen en een tiental docenten. Mijn ex studeerde en werkte. Na diep nadenken zeiden we nee. Want zou ik voor Naomi teveel opgeven, dan verwijt ik haar later gemiste kansen. En pleegzorg doe je er niet zomaar bij. Toen ze door haar nieuwe pleeggezin werd opgehaald, hebben we enorm gehuild. Alsof je je kind afstaat! Opeens snapte ik wat haar ouders moeten voelen.

Na drie dagen belde het gezin op: kom haar maar halen, we kunnen het niet aan. We besloten dat Naomi nog een maand kon komen. Daarna zat ze nog in een ander pleeggezin, waar het ook niet liep. Gelukkig zit ze nu in een gezinshuis, waar zij en andere kinderen in een gezinssituatie wonen met een hulpverlenersstel. Ze straalt weer!

Nu is het elke keer een feestje als Naomi komt. Ik vind het zo leuk om weer allemaal kinderdingen te doen: naar de bieb, taart bakken, uren tutten met make-up.

Mijn relatie ging afgelopen zomer uit. Dat was ook voor Naomi wennen. In mijn eentje pleegmoederen is niet zwaar, maar soms praktisch lastig. Laatst had Naomi bijvoorbeeld een groter bed nodig. Hartstikke zwaar om samen te tillen. En met dat bed in mijn auto paste zij er nauwelijks meer bij. Wij proppen. En vreselijk lachen. Samen hebben we het in elkaar gezet, waar ze heel trots op was. Vind ik ook stoer, om te laten zien wij vrouwen zoiets best kunnen.

Ik hoop dat Naomi nog lang in mijn leven blijft, want ik houd ontzettend van haar. Ze is voor mij familie geworden.’

‘Kennismaken is een raar moment: alsof je een puppy uitzoekt’

Wie: Angelique Ham en Pleunie Blaauw (beide 37) uit Balkbrug
Relatie: samenwonend, met dochter Bente (5)
Pleegkinderen: Nathalie (12) en Mick (8)
Pleegmoeders sinds: 2006
Pleegzorgvorm: weekend- en vakantiepleegzorg
Werk: Angelique is ambulant begeleider, Pleunie trainer Mbo-onderwijs

Pleunie: ‘Bij kennismaking met een pleegkind zeggen we het meteen. “Gek hè, dat er twee vrouwen tegenover je zitten?” Onze twee vorige en de twee huidige pleegkinderen vonden daar weinig van. Zij letten op de Wii in huis, een trampoline in de tuin…’

Angelique: ‘Als jeugdhulpverlener weet ik dat kinderen in een instelling behoefte hebben aan een gezinsleven. Ik wil laten zien hoe dat is. En toen Bente één jaar werd, zei ik: “Waar wachten we op?”’

Pleunie: ‘Er is zoveel shit in de wereld waaraan je niets kunt doen. Dit kunnen we wel. Met een huis en speelgoed heb je al snel iets te bieden.’

Angelique: ‘Voordat Nathalie en Mick bij ons kwamen, hadden we twee andere pleegzonen. Maar jeugdzorg vond voor de eerste een gesloten instelling beter passen en de tweede had geen klik met Bente. Kennismaken is telkens weer een raar moment: alsof je een puppy uitzoekt.’

Pleunie: ‘In het begin is een weekend met pleegkinderen vermoeiend, omdat je duidelijk moet maken welk gedrag je wenselijk vindt. Nathalie vroeg permanent om bevestiging. In de auto zei ze om de haverklap: “Hier moeten we rechts – wat weet ik dat goed, hè?” Gekmakend. Best lastig om haar, met haar lichte verstandelijke beperking duidelijk te maken welke opmerkingen wel kunnen. Verder sprong ik door Micks gedragsproblemen eens zó uit mijn vel. Ik vroeg me opeens af: wil ik dit in mijn privésituatie? Omdat hij vaker vanwege herplaatst was, wilden we hem tóch een kans geven.’

‘Alles loopt nu makkelijker en de kinderen doen mee met ons gewone leven. We wandelen met zijn allen in het bos, gaan op bezoek. Dat moet ook, anders wordt het een opgave. Wij hebben óók weekend.’

Angelique: ‘We passen ons wel iets aan. In ons nakie door het huis lopen, doen we niet met de pleegkinderen erbij.’

Pleunie knipoogt: ‘Je wilt geen verhalen dat die lesbo’s gekke dingen doen! Tegelijk jammer, want je gunt het elk kind om te zien dat elk lichaam anders is. Wel nemen we de kinderen op schoot en geven ze een aai over hun bol.’

Angelique: ‘Negatieve reacties van ouders over ons als lesbische pleegouders hebben we nooit gehad. Voor Mick was een man wel goed geweest. Dus vragen we vrienden om met hem te voetballen en stoeien.’

Pleunie: ‘Een valkuil is iets terug verwachten. Ze denken niet aan je verjaardag. Ze gaan een andere relatie aan dan wij, door hun hechtingsproblematiek. Ik ben daarom vrij nuchter: ze kunnen veel liefde van me krijgen, maar als ze weggaan, is het ook voor mij klaar. ‘ Angelique: ‘Ik heb daar meer moeite mee, ben erg aan ze gehecht. Hopelijk blijven ze tot hun achttiende en houden we contact. Ik moet zelf ook lachen, als ik Bente zie geinen met Mick. Door de pleegkinderen leert Bente delen en groeit toch op in een groter gezin – meer eigen kinderen hadden we best gewild, maar dat lukte niet. Geweldig, Nathalies verbazing toen ze op haar twaalfde voor het eerst de zee zag. “Wat een lang water!” Dankbaar vond ik Micks opmerking onlangs: “De tijd gaat zo snel als ik bij jullie ben.”’

De namen van Mick en Nathalie zijn in werkelijkheid anders.

‘Op sommige dagen bak ik niks van opvoeden. Stomme muts, denk ik dan’

Wie: Marieke (29) uit Lunteren
Relatie: Getrouwd met Merijn (34)
Pleegkinderen: David (1,5) en Rafael (5)
Pleegmoeder sinds: 2010
Pleegzorgvorm: langdurige pleegzorg
Werk: was verpleegkundige, opgezegd vanwege pleegmoederschap

‘In Zuid-Afrika zorgden mijn man en ik zeven maanden lang als een soort vader en moeder voor acht weeskinderen. We zagen hoe zij opbloeiden door liefde en een gezinsleven en beseften: er zijn ook Nederlandse kinderen die dit nodig hebben. We wisten al langer dat we, naast eigen kinderen, voor pleegkinderen wilden zorgen, vanuit onze christelijke overtuiging dat we niet voor onszelf op aarde zijn.

Vorig jaar zorgden we een half jaar voor een dertienjarige zoon van kennissen, bij wie het thuis niet lekker liep. Dat wakkerde ons enthousiasme voor pleegzorg verder aan. We besloten ons op te geven. Om kinderen geplaatst in een pleeggezin, ook nog eens naar de crèche te brengen, voelde niet goed. Dus zei ik mijn baan, als verpleegkundige bij een hospice, per 1 juni op. Nog geen drie weken later –we hadden de pleegzorgcursus niet eens afgerond – kwam David bij ons. Zijn broer Rafael twee weken later. Alsof het zo had moeten zijn.

We weten globaal wat er in hun jeugd is gebeurd. Dat is genoeg. Zo kan ik onbevangen op hun gedrag reageren en leren zij wat een normale reactie is. Anderen vertellen we niets over hun situatie, want medelijden hebben de kinderen niet nodig. Buitenstaanders vragen soms vanwege hun donkere huidskleur wel eens of ze geadopteerd zijn,.

Er is een bel- en bezoekregeling met hun ouders. Zij blijven hun papa en mama. Onlangs zei David ‘mama’ tegen mij. Rafael riep meteen: “Hij zegt mama tegen jou!” Dan leg ik uit dat het zijn eerste woordjes zijn, maar dat het niet klopt. Wij zijn Merijn en Nienke.

Hun ouders vinden het fijn dat de kinderen een christelijke opvoeding krijgen en dat ze bij elkaar zijn – eerder zaten ze in verschillende pleeggezinnen. Waren ze moslim, dan waren ze bij ons trouwens ook welkom geweest. Ze zouden tijdens het bidden dan wel stil moeten zijn.

Over waarom hij niet bij zijn ouders woont, lag Rafael laatst ‘s nachts te piekeren. “Eigenlijk hoort dat ook niet”, zei ik en vroeg of hij op schoot wilde. Zijn verdriet sneed me door de ziel, tegelijkertijd vond ik het mooi dat ik er voor hem mocht zijn. De kereltjes blijven bij ons zolang hun ouders niet voor ze kunnen zorgen. Voor de kinderen zou het goed zijn als ze ooit terug kunnen. Afscheid nemen zou me veel pijn doen, maar doordat wij voor ze blijven bidden, zijn ze nooit echt weg. In die zin blijven we voor ze zorgen.

Ik geniet erg als onze Surinaams-Antilliaanse kleintjes spelen, lachen, komen knuffelen. In het begin wilde de oudste niet zingen. Laatst zong hij opeens heel hard liedjes van een cd mee. Dan denk ik: hiervoor doe ik het!

Met vrienden in de kleine kinderen, passen Rafael en David helemaal in onze levensfase. Onze eigen kinderwens blijft tot nog toe onvervuld. Verdrietig, maar we zien er Gods Hand in dat het nu niet zo mag zijn. Het verlangen naar eigen kinderen vermindert niet door onze pleegkinderen. We doen dit dan ook niet voor onszelf, maar voor de kinderen.

Sommige dagen bak ik niks van het opvoeden. Stomme muts, denk ik dan. Een andere dag gaat het hartstikke goed en complimenteert Merijn me of zie ik trots hoe geborgen de kinderen zich voelen. Zwaar vind ik het pleegmoederschap niet en dat ik mijn baan heb opgezegd, is geen offer. Ik geloof dat God dit van me vraagt en het is mooi iets voor de maatschappij te betekenen.’

Rafael en David zijn niet de echte namen van Nienkes pleegkinderen.

 Geen adoptie

Als ouders niet voor een kind kunnen zorgen of het tussen ouder(s) en kind(eren) niet goed gaat, kan het kind in een pleeggezin terechtkomen. Pleegouders nemen de opvoeding en verzorging (tijdelijk) over. Broertjes en zusjes belanden niet altijd in hetzelfde pleeggezin.

De zeggenschap over het kind kan bij de ouders blijven (vrijwillige pleegzorg), bij jeugdzorg of bij hen samen (de rechter besluit dan tot uithuisplaatsing of onder toezichtstelling). Pleegouders worden juridisch gezien nooit de ouders van het pleegkind, zoals dat bij adoptie wel het geval is. Bovendien blijven pleegzorg, jeugdzorg en/of ouders betrokken bij de opvoeding.

Pleegouders krijgen per kind een vergoeding, afhankelijk van de leeftijd van het kind tussen de 15 en 20 euro per dag. Dit is bedoeld voor de kosten van voeding, kleding, sport, uitjes en school.

Vormen van pleegzorg

  • Weekend- en vakantiepleegzorg
  • Crisisopvang
  • Pleegzorg voor langere of kortere tijd
  • Netwerkpleegzorg: pleegzorg door familie of bekenden.

Hoe word ik pleegmoeder?

Om pleegmoeder te worden moet je minimaal 21 jaar zijn en een stabiele leefsituatie hebben. De Raad voor de Kinderbescherming screent of je geschikt bent, daarna volg je een pleegzorgcursus. Is een pleeggezin nodig, dan neemt een pleegzorgbemiddelaar contact op. Daarna volgt de kennismaking met het kind. Na plaatsing is een begeleider bereikbaar voor vragen of (opvoedkundige) problemen. Zie Pleegzorg Nederland: 0800-0223432 of www.pleegzorg.nl

Tekort aan pleeggezinnen

Ruim 23.000 kinderen verblijven in een pleeggezin. Er zijn zo’n 14.500 pleeggezinnen in Nederland en dat zijn er te weinig. Van alle plaatsingen blijft een vijfde van de pleegkinderen langer dan twee jaar in het pleeggezin. Een vijfde van de plaatsingen duurt korter dan een maand.

Pleegkinderen, wie zijn dat?

Ruim een derde van de pleegkinderen heeft de basisschoolleeftijd, een derde is onder de vier jaar. Een zesde is vijftien jaar of ouder. Er zijn ongeveer evenveel pleegmeisjes als –jongens.

Tien procent van de pleegkinderen heeft een lichamelijke of verstandelijke handicap. Dertig procent is van allochtone afkomst.

Dit artikel verscheen in VIVA 05 (februari) van 2011.